Ook Hoge Raad bevestigt dat LSP aanvaardbaar is

Ook Hoge Raad bevestigt dat LSP aanvaardbaar is

Afgelopen vrijdag (1 december 2017) heeft de Hoge Raad de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van vorig jaar bevestigd, waarin het hof oordeelde dat de uitwisseling van elektronische patiënteninformatie (de zorginfrastructuur) via het Landelijk Schakelpunt (LSP) was toegestaan. Huisartsen, huisartsenposten, apothekers en andere zorgverleners die van dit systeem gebruik maken, kunnen dus definitief opgelucht ademhalen.

Wat is de zorginfrastructuur en het LSP ook alweer?

De meeste huisartsen wisselen via het LSP waarneemdossiers uit met de huisartsenpost ten behoeve van de acute huisartsenzorg tijdens de avond-, nacht- en weekenduren (ANW-uren). Hierdoor kan de waarnemer op het moment dat een patiënt zich meldt op de huisartsenpost inzage krijgen in bepaalde gegevens die de huisarts eerder over die patiënt heeft vastgesteld. Daarnaast wordt het LSP gebruikt voor uitwisseling van het medicatiedossier. Dit dossier bevat een overzicht van de door de apotheek aan de patiënt verstrekte medicijnen en de ICA-gegevens van de patiënt (dit zijn gegevens over intoleranties, contra-indicaties en allergieën). Naast (ziekenhuis)apothekers en huisartsen hebben ook medisch specialisten en spoedeisendehulpartsen toegang tot dit medicatiedossier. Dit alles alléén voor zover de patiënt expliciet toestemming heeft gegeven voor deze informatie-uitwisseling.

Standpunt VPH

De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) is samen met enkele patiënten van mening dat het gebruik van het LSP in strijd is met het recht op privacy van patiënten, de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), en de geheimhoudingsplicht zoals vastgelegd in onder meer de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo). Zij zijn daarom een procedure gestart om ervoor te zorgen dat uitvoering van het LSP gestaakt zou worden.

De procedure bij de lagere instanties

VPH is in eerdere uitspraken van de rechtbank Midden Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden steeds in het ongelijk gesteld. Kort samengevat was de uitwisseling van elektronische patiënteninformatie volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanvaardbaar, omdat patiënten hiervoor uitdrukkelijk toestemming moeten geven vóórdat uitwisseling via het LSP kan plaatsvinden. Deze toestemming is bovendien gebaseerd op voldoende informatie over de vraag welke gegevens in welke situatie voor welke zorgverlener toegankelijk zijn (o.a. via een specifieke brochure). Daar komt nog bij dat de patiënt ervoor kunnen kiezen om bepaalde gegevens te laten afschermen, zodat deze niet gedeeld worden met andere zorgverleners.

Uitspraak van de Hoge Raad

Tegen deze uitspraak van het gerechtshof Arnhem heeft VPH cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft zich over de zaak gebogen en heeft op 1 december 2017 uitspraak gedaan. Zij heeft de bezwaren van VPH verworpen. Het gerechtshof heeft volgens de Hoge Raad namelijk ‘geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft zijn oordeel voldoende begrijpelijk gemaakt’. Het gerechtshof heeft terecht tot uitgangspunt genomen dat de geheimhoudingsplicht niet in de weg staat aan de verwerking van medische persoonsgegevens via het LSP indien deze verwerking berust op de expliciete en rechtsgeldige toestemming van de patiënt. Het gerechtshof heeft daarbij onderkend dat de door patiënten gegeven toestemming op dit moment nog onvoldoende specifiek is, maar dat het LSP in de toekomst anders zal worden ingericht zodra daar technisch de mogelijkheid toe bestaat. In de toekomst zullen patiënten binnen het LSP namelijk gericht toestemming kunnen geven voor welke soorten persoonsgegevens van hen worden gedeeld met welke specifieke zorgaanbieders. De patiënt zal dan bijvoorbeeld ook zijn toestemming voor gegevensuitwisseling kunnen beperken tot spoedeisende gevallen.

De uitspraak van de Hoge Raad betekent wel dat het LSP in de nabije toekomst zo zal moeten worden ingericht dat de door patiënten gegeven toestemming ook daadwerkelijk nader gespecificeerd kan worden. Deze nadere inkadering van het geven van toestemming is ook overigens noodzakelijk, omdat de normen op het gebied van de bescherming van (medische) persoonsgegevens (binnenkort) strenger worden, mede door de invoering van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de invoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Heeft u vragen op het gebied van privacyrecht in de zorg? Neemt u dan gerust contact op met een van onze specialisten.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen