Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen

Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen

Op 1 januari 2017 treedt de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen in werking. Doel van deze wet is de bestuurskracht van onderwijsinstellingen te versterken teneinde de kwaliteit van het onderwijs te borgen en incidenten als gevolg van onbehoorlijk bestuurlijk handelen te voorkomen.

Ten behoeve van de versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen worden de onderwijswetten voor het funderend onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs op een aantal punten gewijzigd. Nagenoeg alle wijzigingen hebben betrekking op  het beter toerusten en positioneren van de medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen. De Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen introduceert in de eerste plaats maatregelen om de betrokkenheid en inspraak van medezeggenschapsorganen bij de werving, selectie en benoeming van bestuurders van onderwijsinstellingen te vergroten. Zo moet de werving en selectie van bestuurders voortaan plaatsvinden op basis van vooraf openbaar gemaakte profielen. Aan de medezeggenschapsorganen wordt adviesrecht toegekend op de openbare benoemingsprofielen van bestuurders. Ook krijgen de medezeggenschapsorganen adviesrecht bij de benoeming en ontslag van onderwijsbestuurders. Een andere wijziging betreft het toekennen aan medezeggenschapsorganen in het funderend onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs van het recht om ten minste twee maal per jaar te overleggen met de interne toezichthouder. Medezeggenschapsorganen van hogescholen en universiteiten hebben dit recht al.

Naast wijzigingen die voor alle onderwijssectoren gelden, voorziet de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen in een wijziging van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) die geldt voor het funderend onderwijs. Medezeggenschapsorganen in het funderend onderwijs krijgen straks rechtstreeks de redelijkerwijs noodzakelijke kosten van medezeggenschapsactiviteiten vergoed zonder dat daarvoor nog een faciliteitenregeling is vereist. Ook wordt de geschillenregeling aangepast, en wel in die zin dat de Landelijke Commissie voor Geschillen WMS (LCG WMS) bevoegd is om kennis te nemen van alle geschillen. De Ondernemingskamer zal alleen nog maar functioneren als hoger beroepsinstantie. Tenslotte wordt aan medezeggenschapsorganen in het funderend onderwijs de bevoegdheid toegekend om de nietigheid in te roepen van zowel besluiten die aan de medezeggenschapsraad zijn voorgelegd maar waaraan geen instemming is verleend, als van besluiten die ten onrechte niet aan de medezeggenschapsraad zijn toegekend.

Voor een uitgebreid overzicht van de maatregelen die de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen introduceert ter versterking van de positie van medezeggenschapsorganen in het funderend onderwijs, wordt verwezen naar een onlangs is in TvOB gepubliceerde artikel van mr. Marieke van Dongen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen