Wet langdurige zorg: de doelgroep en leveringsvormen eindelijk vastgesteld!

Wet langdurige zorg: de doelgroep en leveringsvormen eindelijk vastgesteld!

Na de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is nu ook de Wet langdurige zorg door de Tweede Kamer. Als ook met de behandeling in de Eerste Kamer vaart wordt gemaakt, betekent dit dat alle zorgvormen die momenteel onder het regime van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vanaf 1 januari 2015 door andere wettelijke kaders worden beheerst. Dit zijn de Jeugdwet, Wmo 2015, de Zorgverzekeringswet en daarnaast waarschijnlijk nu dus ook de Wlz.

De Wlz regelt vanaf 2015 de bekostiging van de zwaarste, langdurige zorg. Volgens artikel 3.2.1 Wlz heeft iedere verzekerde recht op zorg als bedoeld in de Wlz als hij door een lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoening, stoornis of handicap blijvend is aangewezen op permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om hulp in te roepen als dit noodzakelijk is. Bij eerste nota van wijzigingen is afgelopen juni ook de zorgverlening aan verzekerden die wegens een psychische stoornis langer dan drie jaar zijn opgenomen onder het bereik van de Wlz gekomen. Door de tweede nota van wijziging hebben daarnaast licht verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen die tijdelijk toezicht nodig hebben en meerderjarige licht verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen die op grond van de Jeugdwet een behandeltraject met verblijf zijn begonnen dat afgemaakt moet worden een recht op Wlz-zorg.

Het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) bepaalt na aanvraag van een verzekerde of hij op Wlz-zorg is aangewezen. Om dit vast te stellen toetst het CIZ of de verzekerde voldoet aan de toetsingscriteria genoemd in artikel 3.2.1 Wlz. Voor deze toetsing is het niet van belang of de verzekerde ook aan andere wettelijke kaders een recht op zorg kan ontlenen. Zodra hij voldoet aan de eisen die artikel 3.2.1 Wlz stelt, heeft hij een recht op Wlz-zorg. Om mogelijke samenloop met zorgverlening op grond van de Wmo 2015 te voorkomen bepaalt deze wet dat het college van burgemeester en wethouders (het college) dat normaliter een maatvoorziening kan toekennen de maatwerkvoorziening op grond van de Wmo kan weigeren als de betrokkene een aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg in een instelling op grond van de Wlz of als er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. De Jeugdwet bepaalt dat het college niet gehouden is een voorziening te treffen als een jeugdige op grond van de Wlz een recht op zorg heeft.

Anders dan momenteel onder de AWBZ gangbaar is bevat het indicatiebesluit van het CIZ geen opsomming van het aantal uren van de verschillende zorgvormen waarop de verzekerde is aangewezen. Om Wlz-zorgverleners de mogelijkheid te bieden om in samenspraak met verzekerden zorg op maat te leveren is enkel een cliëntprofiel in het indicatiebesluit opgenomen. De nadere invulling vindt plaats met behulp van een zorgplan dat bij voorkeur voor de aanvang van de zorgverlening, maar in ieder geval zo snel mogelijk na aanvang moet zijn opgesteld.

Een verzekerde die op grond van een indicatiebesluit van het CIZ een recht op zorg heeft, kan dit op twee manieren tot gelding brengen: met zorg in natura of met een persoonsgebonden budget (pgb). Kiest de verzekerde voor zorg in natura dan kan hij zich melden bij een zorgverlener die door het zorgkantoor is gecontracteerd. Het zorgkantoor zorgt vervolgens voor de bekostiging van de Wlz-zorg. Kiest een verzekerde voor een pgb dan kan hij daarmee zelf zorg inkopen bij één of meerdere zorgaanbieders. Ook is het mogelijk onder omstandigheden zorg ‘in te kopen’ bij mantelzorgers of anderen die niet beroeps- of bedrijfsmatig zorg verlenen.

Aangezien een indicatie voor Wlz-zorg over het algemeen enkel verstrekt wordt als een verzekerde wegens de constante zorgbehoefte is aangewezen op zorgverlening met verblijf in een instelling, neemt de Wlz als uitgangspunt dat de zorgverlening intramuraal plaatsvindt. Wlz-zorg zonder verblijf is echter mogelijk. In dat geval kan gekozen worden voor een integraal en volledig pakket thuis (vpt) dat wordt verleend door of onder verantwoordelijkheid van één zorginstelling. Sinds de tweede nota van wijzigingen kan ook gekozen worden voor een modulair pakket thuis (mpt), bestaande uit één of meer losse vormen van zorg die onderdeel uitmaken van het pakket aan zorg dan onder het bereik van de Wlz valt. Het zorgkantoor beoordeelt of de zorgverlening in een specifiek geval op verantwoorde en doelmatige wijze zonder verblijf in een instelling verleend kan worden. Enkel in dat geval wordt een vpt of mpt toegewezen.

Naast de standaard intramurale ‘zorg in natura’ die als uitgangspunt diende bij het opstellen van het wetsvoorstel is Wlz-zorg door de verschillende doorgevoerde wijzigingen inmiddels in verschillende gedaanten mogelijk. Zowel onderdelen van de zorgverlening als het volledige pakket aan zorg kan los van het verblijf in een instelling bij zorgaanbieders of zelfs mantelzorgers betrokken worden, althans voor zover het zorgkantoor van oordeel is dat op deze wijze voorzien wordt in toereikende zorg van voldoende kwaliteit.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen