Regionaal Tuchtcollege verricht zelf lichamelijk onderzoek

Regionaal Tuchtcollege verricht zelf lichamelijk onderzoek

Tijdens zittingen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg komt een aantal elementen steevast terug. Klager wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt toe te lichten, verweerder mag daarop reageren en de leden van het Tuchtcollege stellen doorgaans enkele vragen. Soms wordt ter zitting ook een deskundige gehoord. Zeer uitzonderlijk is het dat de leden-geneeskundigen de zitting even schorsen om zelf lichamelijk onderzoek bij klager te doen. Dit gebeurde op 28 januari 2014 in een tuchtzaak die speelde bij het Regionaal Tuchtcollege in Groningen.

 

Feiten

Klager was in 1994 en 1996 geopereerd aan respectievelijk een hernia inguinalis (liesbreuk) links en rechts. Medio 2008 werd bij hem rechtsonder in de buik een buikwandbreuk geconstateerd. In mei 2011 is klager gezien door verweerder, chirurg. Hij heeft een ‘breuk rechts mediaal van SIAS (spina iliaca anterior superior) met een breukpoort van 2-3 centimeter’ aangetroffen. Verweerder heeft voorgesteld om de breuk operatief te herstellen. In het medisch dossier van klager heeft verweerder expliciet als aandachtspunt opgenomen dat de breuk preoperatief goed moest worden onderzocht. Op 30 juni 2011 heeft verweerder de operatie uitgevoerd. Hij heeft een incisie in de rechterlies gemaakt. Kort na de operatie heeft klager bij verweerder te kennen gegeven dat hij nog steeds klachten van de buikwandbreuk ondervond. Hij heeft verweerder gevraagd of de operatie wel goed was gegaan.

In de ontslagbrief heeft verweerder geschreven dat klager was geopereerd aan ‘een recidief liesbreuk rechts’. Ook in het operatieverslag heeft hij de code voor een ‘recidief liesbreuk’ opgenomen. Op het overzicht van opname- en ontslagdata van het betreffende ziekenhuis stond vermeld dat klager in verband met een ‘hernia inguinalis’ was opgenomen.

Een kleine maand na de operatie heeft een andere arts geconstateerd dat de buikwandbreuk nog steeds aanwezig was. Begin november 2011 is klager (alsnog) aan de buikwandbreuk geopereerd. Daartoe werd een incisie vlak onder de navel gemaakt. De operateur heeft onder de navel een breuk aangetroffen. Na de operatie zijn de klachten van klager verdwenen.

 

Verwijt en verweer

Klager maakt verweerder twee verwijten. Het eerste verwijt houdt in dat verweerder vóór de operatie geen goed onderzoek heeft verricht. Het tweede verwijt is dat verweerder niet de juiste operatie (namelijk een liesbreukoperatie in plaats van een buikwandoperatie) heeft uitgevoerd.

Verweerder heeft betwist dat hij klager aan een liesbreuk heeft geholpen. Verder heeft hij aangevoerd dat de breuk waaraan klager in november 2011 is geopereerd zich op een heel andere plek bevond dan de beukwandbreuk die hij in mei 2011 had geconstateerd.

 

Lichamelijk onderzoek op zitting

Op 28 januari 2014 vond de mondelinge behandeling van de tuchtklacht plaats. Tijdens de zitting is besloten om te zitting te schorsen voor een lichamelijk onderzoek. Twee van de zittende leden-geneeskundigen van het Tuchtcollege hebben klager lichamelijk onderzocht. Bij dit onderzoek waren ook de medisch adviseurs van klager en verweerder aanwezig.

Tijdens het lichamelijk onderzoek werd één incisie geconstateerd. Deze incisie bevond zich in de lies en niet in de buurt van de plek waar de buikwandbreuk zich bevond. Verweerder heeft naar aanleiding van deze constatering aangegeven dat hij ervan overtuigd was dat de door hem gemaakte incisie zich hoger bevond. Verweerder heeft geen verklaring kunnen geven voor het feit dat er slechts één litteken is aangetroffen (en niet twee, zoals verweerder had gesteld).

 

Oordeel

Het Tuchtcollege stelt op basis van het lichamelijk onderzoek voorop dat verweerder op 30 juni 2011 een incisie in de rechterlies heeft gemaakt. Vervolgens overweegt het Tuchtcollege dat een buikwandbreuk nooit via een incisie in de lies behandeld had kunnen worden. Het Tuchtcollege concludeert dat verweerder klager niet aan de buikwandbreuk (waarvan hij als sinds 2008 last had) heeft geopereerd, maar aan een liesbreuk waarvan niet vaststond dat deze er überhaupt was. In het verlengde daarvan concludeert het Tuchtcollege dat verweerder klager preoperatief niet goed heeft onderzocht.

De slotsom is dat verweerder in medisch professioneel opzicht tekort is geschoten omdat hij niet heeft gehandeld conform de eisen die aan een redelijk bekwaam arts worden gesteld. De klacht wordt gegrond verklaard.

 

Sanctie

Het Tuchtcollege legt verweerder een berisping op. Uit de slotalinea van de beslissing leid ik af dat het Tuchtcollege bij het bepalen van de sanctie – in mijn ogen volkomen terecht – veel waarde heeft gehecht aan het feit dat verweerder bleef volhouden dat hij wél een buikwandoperatie had uitgevoerd:

“De omstandigheid dat verweerder tegen beter weten in heeft getracht zowel klager als het College op het verkeerde been te zetten door te volharden in apert onjuiste beweringen – ook nadat hij tijdens de onderbreking van de zitting met eigen ogen had kunnen zien dat zijn standpunt objectief onhoudbaar was – wijst op een gebrek aan kritische zelfreflectie bij de beoordeling van de onderhavige klacht en op een geringe bereidheid zijn handelen te laten toetsen. Gezien de ernst van de fout en de opstelling van verweerder kan niet met een enkele waarschuwing worden volstaan, maar moet een maatregel worden opgelegd die het laakbare van het gedrag van verweerder weerspiegelt.” [mijn onderstrepingen, SV]

 

Conclusie

Vermoedelijk had de verwerende chirurg niet verwacht dat het Tuchtcollege ter zitting zou besluiten om zelf lichamelijk onderzoek te verrichten. Toen uit dit onderzoek bleek dat de stelling van verweerder niet juist kon zijn, had hij zijn eigen ‘tuchtvonnis’ getekend. Het Tuchtcollege rekent het verweerder zeer aan dat hij bleef volharden in zijn eigen standpunt terwijl, zeker na het lichamelijk onderzoek, duidelijk was dat dit standpunt niet houdbaar was. Dat is volkomen terecht. Het medisch tuchtrecht is bedoeld om de kwaliteit van de medisch beroepsuitoefening te bewaken. Kritische reflectie op het eigen handelen is voor iedere professional een voorwaarde om te leren van fouten en deze in de toekomst te voorkomen.

Uit deze uitspraak blijkt dat een aangeklaagde medisch professional er groot belang bij heeft om openheid van zaken te geven als er onder de streep maar één conclusie mogelijk is (zoals in de onderhavige zaak). Verder laat de uitspraak fraai het belang zien van een gecombineerd college met twee leden-juristen en drie leden-geneeskundigen. Ik juich het toe dat de leden-geneeskundigen gekozen hebben voor een pragmatische aanpak door ter plekke lichamelijk onderzoek te verrichten. Het is afwachten of deze praktijk navolging krijgt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen