Arts-assistent versus supervisor: in hoeverre mag de supervisor afgaan op mededelingen van de arts-assistent?

Arts-assistent versus supervisor: in hoeverre mag de supervisor afgaan op mededelingen van de arts-assistent?

Als patiënt word je in het ziekenhuis zelden direct gezien door een medisch specialist. Vaak spreekt de patiënt eerst met een AIOS (assistent in opleiding tot specialist) of een ANIOS (assistent niet in opleiding tot specialist), al dan niet ná een bezoek van een co-assistent. De AIOS of ANIOS koppelt zijn bevindingen vaak terug naar de medisch specialist die als supervisor fungeert. In veel gevallen ziet de superviserend arts geen aanleiding om de patiënt zelf nog te zien. Zijn rol blijft dan beperkt tot het accorderen van het beleid van de ANIOS of AIOS en het medeondertekenen van documenten als de terugkoppelingsbrief aan de huisarts.

De vraag rijst in welke gevallen een superviserend arts mag afgaan op de bevindingen van zijn collega-arts (ANIOS of AIOS) en in welke gevallen hij de patiënt zelf moet zien. Die vraag deed zich zich voor in een tuchtzaak die begin maart 2014 door het Centraal Tuchtcollege werd beslecht.

Wat was er aan de hand?
Een patiënt wordt op 8 april in het ziekenhuis opgenomen vanwege een herseninfarct in de hersenstam. De dag erna wordt hij (met medicatie) door de arts uit het ziekenhuis ontslagen. De patiënt heeft op dat moment nog wel last van duizeligheid en problemen met lopen, maar de arts en de fysiotherapeut achten hem medisch in staat om naar huis te gaan. Er wordt een controle op de polikliniek neurologie gepland op een termijn van vijf tot zes weken na het ontslag.

Op 17 april meldt de patiënt zich op de Spoedeisende Hulp met loop- en duizeligheidsproblemen. De behandelend artsen oordelen dat er geen sprake is van een acuut geval waarvoor de patiënt direct opgenomen en behandeld moet worden. Zij adviseren de patiënt om op 19 april de (spoed)poli neurologie te bezoeken. Dat doet hij.

Op de poli wordt de patiënt eerst gezien door een ANIOS die enkele weken in dienst is van de afdeling neurologie en daarna door een ANIOS die enkele maanden tot een jaar in dienst is van de afdeling neurologie. Laatstgenoemde overlegt na het verrichte onderzoek met de superviserend neuroloog. Uit dit overleg maakt de superviserend neuroloog op dat er geen sprake is van meer klachten dan bij het ontslag op 9 april. Zij besluit om de patiënt niet op te nemen en stuurt hem naar huis. Van belang is dat de superviserend neuroloog de patiënt niet zelf heeft gezien.

In de terugkoppelingsbrief aan de huisarts staat (opvallend genoeg) vermeld dat de klachten na het ontslag op 9 april (wel) zouden zijn toegenomen. In de latere procedure komt vast te staan dat de superviserend neuroloog deze brief, die mede namens haar was opgesteld, niet gelezen heeft.

Op 21 april wordt de patiënt in slaperige toestand per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar blijkt dat er opnieuw sprake is van een herseninfarct in de hersenstam. De patiënt overlijdt op 16 mei.

De tuchtprocedure
De echtgenote van de patiënt start vervolgens een tuchtrechtelijke procedure tegen de superviserend neuroloog. Zij verwijt de neuroloog dat zij de patiënt op 19 april ten onrechte niet heeft opgenomen en dat zij op die dag niet de juiste diagnose heeft gesteld.

Het Regionaal Tuchtcollege (RTC) overweegt dat de communicatie tussen de arts-assistent en de superviserend neuroloog niet optimaal is geweest. Verder oordeelt het RTC dat de superviserend neuroloog kan worden verweten dat zij de (terugkoppelings)brief aan de huisarts niet heeft gelezen. Dit laat volgens het RTC echter onverlet dat het gevoerde medische beleid juist is geweest. Volgens het RTC kon de superviserend neuroloog besluiten dat er geen acute reden was om de patiënt op te nemen. Het RTC verklaart de klacht ongegrond. 

De echtgenote stelt vervolgens hoger beroep in bij het Centraal Tuchtcollege (CT). Zij verwijt de superviserend neuroloog dat zij de patiënt op 19 april niet zelf heeft gezien en dat zij bij de beoordeling van de situatie uitsluitend is afgegaan op de informatie die de ANIOS had verstrekt. Het CT ziet zich voor de vraag gesteld of de superviserend neuroloog als redelijk handelend en vakbekwaam neuroloog heeft gehandeld door de patiënt niet zelf te zien, maar uitsluitend af te gaan op de informatie van de ANIOS.

De superviserend neuroloog voert in de procedure aan dat zij het niet noodzakelijk achtte om de patiënt zelf te zien, omdat zij de ANIOS als degelijk en betrouwbaar kende. Het CT honoreert dit verweer niet. Naar het oordeel van het CT had de superviserend neuroloog de patiënt in dit geval zelf moeten zien. Daarbij spelen volgens het CT twee factoren een belangrijke rol. In de eerste plaats was de ANIOS die het overleg met de neuroloog pleegde niet in opleiding tot specialist en werkte hij nog maar kort op de afdeling neurologie. Het CT overweegt dat zijn ervaring beperkt was. In de tweede plaats weegt het CT mee dat de patiënt zich veel eerder dan afgesproken – namelijk tien dagen in plaats van vijf tot zes weken na het ontslag – in het ziekenhuis meldde met klachten. Dit had voor de superviserend neuroloog aanleiding moeten zijn om de patiënt zelf te onderzoeken.

Het CT komt tot de conclusie dat de superviserend neuroloog jegens de patiënt niet de vereiste zorg heeft aangewend. Het CT verklaart de klacht van de echtgenote gegrond en legt de neuroloog een waarschuwing op. Ambtshalve merkt het CT nog op dat zij ook ernstige bedenkingen heeft bij het feit dat de neuroloog de brief aan de huisarts niet heeft gelezen voordat deze verzonden werd.

Lessen voor de praktijk
Uit deze uitspraak volgt dat een superviserend arts niet zonder meer af mag gaan op de bevindingen van de ANIOS (of AIOS). De omstandigheden van het geval bepalen of hij de patiënt zelf moet zien. Relevante omstandigheden zijn in ieder geval de werkervaring van de ANIOS of AIOS en het feit dat een patiënt zich eerder dan afgesproken op de SEH meldt. Medisch specialisten die als supervisor actief zijn, worden met deze uitspraak weer even op scherp gezet.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen