De Wmo 2015 komt eraan

De Wmo 2015 komt eraan

In 2015 wordt, zoals het er nu naar uitziet, de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ingevoerd. Ten opzichte van de versie die in 2006 van kracht werd wordt deze wet ingrijpend gewijzigd. Er komen nieuwe vormen van zorg bij, onder meer dagbesteding en beschermd wonen voor psychiatrische patiënten zoals in RIBW’s, maar ook voor personen met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening. Daarnaast maakt ook persoonlijke begeleiding in de toekomst deel uit van de Wmo. Daarmee zal de WMO een aanzienlijk percentage van de huidige AWBZ overnemen, naar verwachting 18%.

De wet maakt deel uit van een groter programma dat tot doel heeft de AWBZ af te bouwen en over te hevelen naar deels nieuwe en deels bestaande wettelijke regelingen. Naast de Wmo gaat het om de Zorgverzekeringswet voor wat betreft de voormalige zorgfuncties (extramurale) verpleging en verzorging uit de AWBZ en de psychiatrische zorg. Verder komt er een Wet langdurige zorg voor de intramurale AWBZ-zorg voor personen voor wie intramurale zorg nog de enige optie is die resteert en tevens een ‘eindstation’ vormt. Volgens schattingen gaat het daarbij nog steeds om 60% van de huidige AWBZ-zorg.

 

Centrale rol voor gemeente

De gemeente krijgt een centrale rol in de Wmo 2015. De gemeente wordt de regisseur van de organisatie van de zorgverlening aan cliënten tot aan het moment dat een cliënt aangewezen is op zorg in het kader van de Wet langdurige zorg. Het doel is dat de cliënt zo lang mogelijk zelfredzaam is, hetzij op eigen kracht, hetzij met behulp van mantelzorgers of zijn sociale netwerk. Pas als dit niet meer lukt, kan een cliënt zorg ontvangen. In de Wmo wordt dit overigens geen zorg meer genoemd, maar ‘maatschappelijke ondersteuning’. Maatschappelijke ondersteuning kan geboden worden door middel van algemene voorzieningen. Bieden deze ook geen voldoende oplossing meer, dan kan de gemeente een zogeheten ‘maatwerkvoorziening’ bieden. Dit is maatschappelijke ondersteuning die is afgestemd op de mogelijkheden en reële behoefte van een cliënt.

De gemeente onderzoekt naar aanleiding van een melding van de cliënt of iemand uit diens omgeving of de cliënt inderdaad behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Daartoe zal de gemeente (na toestemming van de cliënt) de persoonlijke leefsituatie van de cliënt bekijken, welke zorgbehoefte er is en de mogelijkheden bezien die mantelzorgers, het sociale netwerk en de algemene voorzieningen van de gemeente kunnen bieden. De gemeente krijgt dus vergaand inzicht in de persoonlijke levenssfeer van cliënten en hun naasten. De gemeente zal bovendien ook gaan overleggen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders om de zorgverlening die vanuit de verschillende wettelijke kaders worden geboden optimaal op elkaar af te stemmen. Op basis van het onderzoek beziet de gemeente vervolgens welke maatschappelijke ondersteuning een cliënt zou kunnen krijgen. Het onderzoek mag maximaal zes weken in beslag nemen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kan een cliënt vervolgens een aanvraag doen voor een maatwerkvoorziening. Binnen twee weken dient de gemeente dan een definitief besluit te nemen. Dit besluit is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een cliënt kan tegen een voor hem negatief besluit bezwaar en beroep aantekenen.

Gemeente ook verantwoordelijk voor kwaliteit, klachtrecht, medezeggenschap en goed bestuur zorgaanbieders

Nieuw in de wet is ook dat allerlei verantwoordelijkheden die nu nog centraal zijn geregeld in de toekomst bij de gemeente worden neergelegd. De gemeente wordt verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorgverlening (maatschappelijke ondersteuning), het klachtrecht, de medezeggenschap en voor een goed bestuur bij de aanbieders van maatschappelijke ondersteuning. Dat brengt mee dat de Kwaliteitswet zorginstellingen, de Wet klachtrecht cliënten zorgsector en de Wet medezeggenschap cliënten zorgsector na invoering van de Wmo 2015 niet meer op maatschappelijke ondersteuning van toepassing zullen zijn. De Wmo 2015 bevat daartoe eigen bepalingen. Zo wordt het toezicht op instellingen die maatschappelijke ondersteuning bieden straks niet meer gedaan door de Inspectie voor de gezondheidszorg, maar door ambtenaren van de gemeenten. Zorgaanbieders die maatschappelijke ondersteuning bieden in meerdere gemeenten en bovendien ook nog zorg bieden op grond van de Zorgverzekeringswet en/of de Wet langdurige zorg kunnen daardoor te maken krijgen met verschillende toezichthouders die elk eigen normenkaders kunnen hanteren voor de te bieden kwaliteit van zorg. Het is overigens de bedoeling dat er zowel landelijke normatieve kaders komen voor de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning als plaatselijke normen.

Gemeenten bepalen in de toekomst zelf hoe aanbieders van maatschappelijke ondersteuning invulling geven aan het klachtrecht en de medezeggenschap binnen de instellingen. Ook hier zullen dus in verschillende gemeenten uiteenlopende voorschriften kunnen gelden.

De Wmo is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en is op dit moment in behandeling bij de Eerste Kamer.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen