Doorhaling voor huisarts die relatie had met patiënte

Doorhaling voor huisarts die relatie had met patiënte

Op 15 mei 2014 heeft het Centraal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg (CTG) aan een huisarts de maatregel van doorhaling in het register opgelegd. Dit is de zwaarste sanctie die het CTG aan een individuele beroepsbeoefenaar kan opleggen. Het gevolg is dat de betreffende zorgverlener zijn beroep niet meer mag uitoefenen. Het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (CTG) te Eindhoven had eerder een gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid opgelegd. De gedeeltelijke ontzegging hield in dat het de huisarts niet was toegestaan om rechtstreekse contacten met vrouwelijke patiënten te hebben.

 

Gebeurtenissen

In 2002 werd de arts geregistreerd als huisarts. Vanaf 2004 had hij een eigen praktijk die in 2008 opging in een HOED (huisartsen onder één dak). In 2006 kreeg de huisarts een relatie met een patiënte en later dat jaar met een andere patiënte. De laatste relatie duurde tot 2010. In dat jaar heeft de huisarts op enig moment een collega binnen de HOED op de hoogte gebracht van de relatie en zijn praktijk neergelegd. In januari 2011 heeft de huisarts de Inspectie geïnformeerd. Hij is op verzoek van de inspectie onderzocht door een psychiater. De conclusie van de psychiater is dat er een matige kans op recidive is die kan worden gereduceerd tot laag, zodat zelfstandige beroepsuitoefening mogelijk is, indien wordt voldaan aan door de psychiater voorgestelde therapeutische interventies. Verder heeft hij zich onder behandeling gesteld van een arts die werkt vanuit een praktijk voor psychosomatiek en ontwikkelingsvragen. De Inspectie dient een tuchtklacht in, omdat de huisarts de grenzen van de professionele relatie ernstig geschonden heeft door tijdens de behandelrelatie een seksuele relatie aan te gaan en te onderhouden met twee patiënten die aan zijn zorg zijn toevertrouwd.

 

Uitspraak

De uitspraak van het RTG was omstreden, omdat deze praktisch onuitvoerbaar was. Een huisarts kan immers in zijn werk contact met vrouwelijke patiënten niet vermijden. In de dagelijkse praktijk zou misschien nog mogelijk zijn, maar tijdens een dienst op de huisartsenpost is dit ondenkbaar. De uitspraak had daardoor in feite tot gevolg dat de huisarts zijn beroep niet meer kon uitoefenen. Ook de Inspectie stelt in het beroep dat de maatregel niet handhaafbaar, niet uitvoerbaar en niet toetsbaar is. Zij vindt bovendien dat doorhaling van de inschrijving van de arts in het BIG-register de enige passende maatregel is, gelet op de kans op recidive en de specifieke aard van het beroep van de arts.

 Het CTG overweegt dat er in deze zaak weliswaar verzachtende omstandigheden zijn maar vindt ook dat de maatregel moet worden opgelegd die naar verwachting het meeste effect zal sorteren om herhaling van het gedrag te voorkomen. Volgens het CTG zijn de gedragingen van de artrs zodanig strijdig met hetgeen van een integere en betrouwbare zorgverlener verwacht mag worden dat een maatregel passend en geboden is die erop gericht is te voorkomen dat zorgbehoevenden aan dat gedrag van die zorgverlener worden blootgesteld. Volgens het CTG boden de rapportages van de psychiaters die de huisarts hadden onderzocht onvoldoende aanknopingspunten om tot de overtuiging te kunnen komen dat de arts op emotioneel vlak voldoende stevig was om in de toekomst seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen.

 

Beschouwing

Positief aan de uitspraak van het CTG is dat deze duidelijkheid schept. Bescherming van patiënten staat voorop en gaat boven het individuele belang van de betrokken arts. Vandaar dat het CTG doorhaling in deze zaak passend acht. Seksuele en/of affectieve betrekkingen met patiënten werden in het tuchtrecht in de afgelopen jaren al steevast streng bestraft, maar uit deze uitspraak blijkt dat daarbij het punitieve element niet eens voorop staat. In de eerste plaats gaat het om bescherming van patiënten. Pas wanneer vaststaat dat er geen kans op herhaling is, zal er op basis van deze uitspraak ruimte zijn voor een lagere sanctie dan doorhaling. In deze zaak had de huisarts kennelijk veel moeite gedaan om zijn leven te beteren. Omdat het CTG er niet van overtuigd was dat herhaling zich niet zou kunnen voordoen, mocht hem dit echter niet baten. Naar verwachting wordt dit de nieuwe (harde) lijn die de tuchtcolleges in de toekomst bij seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners zullen volgen. Zorgverleners zijn dus gewaarschuwd.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen