Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid wegens beëindiging van een behandelrelatie door een huisarts

Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid wegens beëindiging van een behandelrelatie door een huisarts

Een hulpverlener kan de zorgovereenkomst die hij met een patiënt heeft gesloten in principe niet opzeggen. Dit is slechts mogelijk als hiervoor gewichtige redenen bestaan. Zegt een hulpverlener een zorgovereenkomst op zonder voldoende gewichtige reden, dan kan hij niet alleen civielrechtelijk, maar ook tuchtrechtelijke worden aangesproken. Het beëindigen van een behandelrelatie met een patiënt of de wijze van beëindiging van die relatie kan namelijk meebrengen dat de hulpverlener heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij in zijn hoedanig-heid als hulpverlener behoort te betrachten. Dit is een tuchtrechtelijk verwijt. In een zaak waarover het Centraal Tuchtcollege (CTC) recentelijk uitspraak (22 januari 2013, nr. 2012.134) heeft gedaan, was tegen een huisarts een klacht ingediend door een zoon en tevens contactpersoon van een dementerende bejaarde vrouw. De zoon klaagde erover dat de huisarts de behandelrelatie met zijn moeder had beëindigd nadat hij fysiek geweld tegen de huisarts had gebruikt. Het CTC legde de huisarts de maatregel van waarschuwing op. Dit is de lichtste tuchtrechtelijke maatregel.

Het Regionaal Tuchtcollege (RTC) te Eindhoven (nr. 1174) had ongeveer een jaar eerder (30 januari 2012) over deze zaak geoordeeld. Volgens het RTC was vast komen te staan dat de zoon fysiek geweld had gebruikt tegen de huisarts. Dit gedrag vormde volgens het RTC vol-doende grond voor de beslissing van de huisarts om de behandelrelatie met de patiënte on-middellijk op te zeggen zolang de zoon haar contactpersoon bleef. Hoewel de huisarts de be-handelrelatie in een brief aan de zoon per direct had opgezegd, had hij de vereiste zorgvuldig-heid in acht genomen door de patiënte niet van zorg uit te sluiten. De huisarts had na de op-zegging nog een recept voor herhaalmedicatie van de patiënte geaccordeerd en haar nog een-maal op het spreekuur gezien. Tien dagen na de beëindiging van de behandelrelatie had de patiënte een nieuwe huisarts.

Het Centraal Tuchtcollege (CTC) oordeelde anders. Hoewel het fysieke geweld van de zoon ook volgens het CTC voldoende grond was om de behandelrelatie te beëindigen, had de huis-arts desondanks bij de beëindiging niet de vereiste zorgvuldigheid betracht. Het CTC voert in zijn uitspraak verschillende argumenten aan voor dit oordeel.

Ten eerste had de huisarts geen redelijke termijn voor de beëindiging van de behandelrelatie in acht genomen. Mede gelet op de hoge leeftijd van de patiënte, de lange duur van de behan-delrelatie en de termijn die nodig is om een nieuwe huisarts te vinden, had de huisarts de be-handelrelatie niet met onmiddellijke ingang mogen opzeggen. Dit was slechts mogelijk ge-weest als een zeer dringende reden beëindiging met onmiddellijke ingang noodzakelijke had gemaakt. Hiervan was geen sprake.

De huisarts had ten tweede onvoldoende waarborgen geboden voor de continuïteit van de zorg voor de patiënte. In zijn beëindigingsbrief had de huisarts slechts gewezen op de mogelijkheid om bij medische spoed de spoedeisende hulp van de ziekenhuizen te bezoeken. Het feit dat de huisarts ook na verzending van de brief medische zorg was blijven verlenen aan de patiënte en ook nooit de intentie had gehad dat de patiënte van zorg verstoken zou blijven, deed hier niets aan af. Bepalend was volgens het CTC dus dat uit de inhoud van de brief bleek dat de huisarts de continuïteit van de zorg onvoldoende had gewaarborgd en niet de wijze waarop de huisarts dit feitelijk had gedaan.

Ten derde heeft het CTC aangevoerd aan dat de huisarts slechts de zoon in kennis had gesteld van de beëindiging van de behandelrelatie en niet de patiënte zelf. Zij was pas door de huis-arts over de beëindiging geïnformeerd toen zij twee dagen na de verzending van de brief aan de zoon toevallig de praktijk binnenliep. Dit was geen zorgvuldige handelwijze.

Op grond van deze argumenten heeft het CTC geoordeeld dat de huisarts bij de beëindiging van de behandelrelatie niet heeft voldaan aan de zorgvuldigheid die als professioneel hande-lend huisarts van hem verwacht mag worden en de huisarts de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen