Op non-actiefstelling van een medisch specialist

Op non-actiefstelling van een medisch specialist

Vrijgevestigde medisch specialisten sluiten met een ziekenhuis een toelatingsovereenkomst om hun werkzaamheden in dat ziekenhuis te kunnen verrichten. Deze overeenkomst kan onder bepaalde omstandigheden opgezegd worden. Op grond van de model toelatingsovereenkomst geldt normaliter een opzegtermijn van zes maanden. Ook is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk om een arts op non-actief te stellen. In de zaak waarover het Scheidsgerecht Gezondheidszorg recentelijk uitspraak (nr. 12/07 KG) deed, was de toelatingsovereenkomst aan de chirurg opgezegd. Voor de periode van de opzegtermijn was hij op non-actief gesteld. Het Scheidsgerecht oordeelde dat de op non-actiefstelling van de chirurg opgeheven moest worden. De opzegging van de toelatingsovereenkomst zelf werd in deze procedure niet bestreden en dus oordeelde het Scheidsgerecht daar niet over.

 Het Scheidsgerecht stelde voorop dat bij de beoordeling van een op non-actiefstelling andere maatstaven gehanteerd moeten worden dan bij de beoordeling van een opzegging van een toelatingsovereenkomst. Hierdoor biedt een rechtmatige opzegging van een toelatingsovereenkomst niet per definitie voldoende grond voor een op non-actiefstelling. Een arts kan slechts op non-actief gesteld worden als zich omstandigheden voordoen van ‘zo ernstige aard dat de onmiddellijke beëindiging van de werkzaamheden van de arts noodzakelijk moet worden geacht’. Opzegging van een toelatingsovereenkomst is mogelijk wanneer het in redelijkheid niet meer van het ziekenhuis gevergd kan worden dat het de arts nog langer toelaat. In beide gevallen moet er dus sprake zijn van problemen waardoor de arts niet in het ziekenhuis kan blijven werken. Bij een op non-actiefstelling is daarnaast vereist dat deze problemen zodanig zijn dat het onacceptabel en/of onverantwoord is als de arts op dat moment nog blijft werken. Volgens het Scheidsgerecht was daarvan in het geval van de chirurg geen sprake. Ook waren er volgens het Scheidsgerecht geen andere gronden aanwezig om de op non-actiefstelling te handhaven. Het argument dat de samenwerking tussen de chirurg en andere artsen na de opheffing van de op non-actiefstelling nog problematischer zou zijn dan ervoor accepteerde het Scheidsgerecht niet. Het argument dat er inmiddels een waarnemer was aangesteld vormde ook geen grond voor handhaving van de op non-actiefstelling. Het oordeel over de vraag of een op non-actiefstelling gerechtvaardigd is, moet namelijk beoordeeld worden op basis van omstandigheden die hebben geleid tot de maatregel en niet op basis van omstandigheden die zich daarna hebben voorgedaan. Nu de problemen met de chirurg in deze zaak niet van dusdanige aard waren dat het onverantwoord zou zijn als hij tijdens de opzegtermijn zou blijven werken, was er volgens het Scheidsgerecht geen grond voor een op non-actiefstelling. Het Scheidsgerecht wees daarom de vordering van de chirurg toe.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen