Minister mag huisartsen korten

Minister mag huisartsen korten

Eind 2011 heeft de Minister een korting van € 98 miljoen opgelegd aan de huisartsen vanwege structurele overschrijding van het huisartsenkader 2009 en 2010. De Minister heeft de korting verwerkt in de tariefbeschikking 2012 door het inschrijftarief en het consulttarief te verlagen. De korting betekende een flinke bezuiniging voor de huisartsen, reden voor LHV om schorsing van de tariefbeschikking aan te rechter te verzoeken. Op 8 februari wees het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) de gevraagde voorziening af.

LHV bepleitte dat de korting strijdig is met het beleid van de Minister, gericht op uitbreiding van het takenpakket van huisartsen. Hoewel dit beleid een besparing in de tweedelijn opleverde, stegen de kosten voor huisartsenzorg. Door nu een korting op te leggen, handelt de Minister volgens de LHV in strijd met het vertrouwen dat zij met het gevoerde beleid heeft gewekt. Het CBb volgt dit standpunt niet omdat de Minister daarover geen concrete toezeggingen had gedaan.

Het belangrijkste argument om de door LHV gevraagde voorziening af te wijzen leidt het CBb echter af uit de (on)mogelijkheid van de rechter om overheidsbeleid te toetsen. De Minister stelt “op grond van diens politieke en bestuurlijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid de financiële kaders van de kosten in de gezondheidszorg” vast. Deze kaders worden gecontroleerd door het parlement en vormen voor de rechter (en de NZa) een gegeven. De rechter mag zich niet inhoudelijk met beleidsvragen bemoeien, maar mag wél marginaal toetsen of de overheid in redelijkheid een beleid heeft kunnen vaststellen, in casu: zijn de kaders dusdanig onrechtmatig, dat schorsing van de NZa-tariefbeschikking in de rede ligt?

Dit is volgens het CBb niet het geval. De Minister heeft additionele middelen beschikbaar gesteld om de kosten van het uitgebreide takenpakket op te vangen. Dat die middelen achteraf onvoldoende blijken, maakt de vaststelling van het huisartsenkader volgens het CBb niet onrechtmatig. De huisartsen hadden zich daaraan te houden – zo leest men tussen de regels door – en mochten er niet op vertrouwen dat de overschrijding hen als aanvullend kader zou worden gegund. Het oordeel komt in het licht van de algemene overheidsbezuinigingen en de geëxplodeerde zorgkosten niet onverwacht. Het CBb heeft het beleid – gericht op het remmen van de groei van deze zorgkosten – marginaal getoetst en heeft geoordeeld dat de Minister de huisartsen mag korten. Dit betekent dat het inschrijftarief en consulttarief dat huisartsen ontvangen, wordt verlaagd zoals de NZa heeft beschikt.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen