Kamervragen over medewerkers van zorgverzekeraars die medische dossiers controleren

Kamervragen over medewerkers van zorgverzekeraars die medische dossiers controleren

auteurs: Lisanne de Wit en Luuk Arends

 Op de website van ‘Sargasso’ – een Nederlands weblog dat sinds oktober 2006 samenwerkt met de VPRO – was op 22 mei 2012 een opvallend artikel te lezen, met als titel: “Zorgverzekeraars neuzen in medische gegevens GGZ”. Medewerkers van verschillende zorgverzekeraars zouden inzage hebben gehad in diverse medische gegevens van patiënten van GGZ-instellingen.

Op grond van de Zorgverzekeringswet en de Regeling Zorgverzekering, is een zorgverzekeraar bevoegd om een materiële controle uitvoeren, om te controleren of de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk geleverd wordt (rechtmatigheid). De zwaarste vorm van materiële controle heet ook wel de ‘detailcontrole’. Een detailcontrole mag alleen worden ingezet als een minder ingrijpende controlemethode niet tot het gewenste resultaat leidt. Voorbeelden van minder ingrijpende controlemethodes zijn het uitvoeren van een statistische analyse op het declaratiebestand of het uitvoeren van een logica/verbandcontrole. Een ander voorbeeld is dat het bestuur een bestuursverklaring afgeeft waarmee het verklaart dat de interne organisatie op orde is. De inzage in medische dossiers is een vorm van detailcontrole. Inzage in dossiers is alleen toegestaan wanneer er ‘gerede twijfel’ is dat sprake is van onrechtmatig handelen. Bij een dergelijke detailcontrole worden medische persoonsgegevens gebruikt en dat kan vanzelfsprekend erg ingrijpend zijn.

Ter uitvoering van controles omtrent de rechtmatigheid van declaraties hebben diverse zorgverzekeraars bij verschillende GGZ-instellingen onderzoeken uitgevoerd. Hierbij zouden zij medische dossiers van patiënten hebben ingezien waarin persoonlijke behandelplannen en zelfs gespreksverslagen zouden staan. Ook niet-medische medewerkers zouden deze gegevens hebben ingezien, maar zij zouden wel een integriteitsverklaring en geheimhoudingsverklaring hebben getekend. Bij de inzage zou niet altijd een medisch adviseur aanwezig zijn geweest, wat echter op basis van de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars op verzoek van de zorgaanbieder wel zou moeten. De medisch adviseur is uiteindelijk ook verantwoordelijk voor de controle. Patiënten zouden daarnaast zelfs thuis zijn opgebeld door medewerkers van zorgverzekeraars, die over vertrouwelijke gegevens en informatie uit gesprekken met therapeuten bleken te beschikken.

Vrijgevestigd psychiater Kaspar Mengelberg stelt in het artikel dat dit een zeer onjuiste gang van zaken is. Hij betoogt dat eerst had moeten worden gekeken of niet van de lichtere controle-instrumenten gebruik had moeten worden gemaakt. Volgens hem zou een ernstige misbruik zijn gemaakt op de medische privacy van patiënten. De burger zou er op moeten kunnen rekenen dat wat hij aan zijn behandelaar vertelt binnenskamers blijft, en dat niet zomaar – zonder medeweten van de patiënt – in de medische gegevens van de patiënt moet kunnen worden gekeken.

De benaderde cliënten van de GGZ-instellingen zijn erg geschrokken van deze gang van zaken. Naar aanleiding van het artikel zijn door PvdA-kamerlid Bouwmeester en SP-kamerlid Leijten vragen gesteld aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij vragen zich af of de privacy wel gewaarborgd blijft, of geen minder ingrijpende wijze van controleren voor de hand had gelegen en hoe de geheimhoudingsverklaring van de niet-medische medewerkers moet worden gekwalificeerd.

In haar reactie stelt de minister dat zorgverzekeraar CZ (een van de zorgverzekeraars waar het artikel dat in ‘Sargasso’ stond op doelt) in overeenstemming zou hebben gehandeld met de regels die in het kader van de detailcontrole zijn gesteld. Het zou in dit kader echt als uiterste mogelijkheid zijn gebruikt. Er zouden eerst minder ingrijpende stappen gezet zijn, en vervolgens zou zijn vastgesteld dat het noodzakelijk was om medische dossiers in te zien. De dossiercontrole zou volgens Minister Schippers zijn uitgevoerd door een ‘functionele eenheid’ onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur. De medewerkers zouden een van deze medisch adviseur afgeleide geheimhoudingsplicht hebben. De privacy van patiënten zou daarmee zijn gewaarborgd.

Volgens de minister had CZ het vermoeden dat Europsyche declaraties indiende die geen betrekking zouden hebben op collectief verzekerde zorg en dus niet tot het basispakket behoren. Deze mogen niet uit collectieve middelen vergoed worden. Om dit vast kunnen te stellen zou CZ geen andere mogelijkheid hebben gehad dan dossiercontrole. Het zou niet zo kunnen zijn dat er zorg wordt vergoed die niet tot het basispakket behoort. De minister onderstreept dat dossiercontrole te allen tijde zorgvuldig en op de juiste voorwaarden behoort te worden uitgevoerd.

Volgens minister Schippers is het juist dat een telefonische enquête werd  uitgevoerd om te verifiëren of er sprake was van onrechtmatigheden voorafgaand aan het dossieronderzoek. Alle medewerkers zouden daarbij onder supervisie van de medisch adviseur hebben gestaan en waren dus wederom gebonden aan het beroepsgeheim. Er zouden geen vertrouwelijke gegevens van de dossiers beschikbaar zijn De enquête bestond uit negen vragen en zou duidelijk geprotocolleerd zijn geweest.

Minister Schippers stelt daarnaast dat het niet altijd nodig zou zijn om toestemming van patiënten te hebben. In sommige gevallen zou het noodzakelijk zijn om medische dossiers van patiënten te kunnen inzien zonder toestemming van de verzekerde. In de Regeling zorgverzekering zou volgens Minister Schippers daarvoor een afdoende wettelijke grondslag staan.

In haar antwoorden op de vragen is Minister Schippers dus van mening dat er geen sprake is geweest van onrechtmatigheden in het kader van de dossiercontrole. Opvalt dat de antwoorden op de vragen summier zijn en weinig overtuigend. Minister Schippers valt veel in herhaling en gaat vrijwel nergens diep op in.

Deze casus maakt eens te meer duidelijk dat zorgverzekeraars een terughoudend beleid moeten voeren als het gaat om het inzien van medische dossiers. Wanneer inzage noodzakelijk is mag de inbreuk niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Het is uiterst twijfelachtig of met name aan die tweede eis in deze kwestie wel voldaan was.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
Naar boven scrollen